
Voor degene die zich er niet zo in verdiept lijkt Kid Rock misschien uniek in zijn soort: het prototype trailerpark Amerikaan, muzikaal diep geworteld in de typische Amerikaanse blues, klassieke rock, protestsongs en zelfs country, maar met een onmiskenbaar hiphop-hart. Toch is er ook nog Everlast, begonnen als protegé van oppergangsterrapper Ice-T, vervolgens pioneer met de eerste blanke succesvolle hiphopformatie House of Pain en na het opdoeken van die groep al weer flink wat jaren een succesvol solo-artiest. Begonnen dus als rapper, maar na jaren gepokt en gemazeld te zijn in het muziekwereld om vervolgens al op jonge leeftijd een hartaanval te krijgen herontdekt hij de muzikale roots van thuisland. Geïnspireerd slaat hij een nieuwe weg in en weet de schijnbaar onmogelijke combinatie van blues en langzame rock te combineren met zijn liefde voor hiphop. Maar dan niet op de bombastische over-the-top wijze van eerder genoemde Kid Rock, zijn muziek is eerder ingetogen en authentiek te noemen. Waar Kid Rock de volgevreten Las Vegas-versie van Elvis Presley is, daar is Everlast een gepassioneerde Johnny Cash.
Love, War and the Ghost of Whitey Ford is alweer het vijfde soloalbum van Everlast en het vierde sinds zijn muzikale wedergeboorte. Met dit album is hij ook weer helemaal terug op het niveau van zijn beste album tot nu toe: Whitey Ford Sings the Blues. Het album begint met een snoeiharde aanval op George Bush, om vervolgens door te gaan met een cover van Johnny Cash, Folsom Prison Blues, op de muziek van hiphopklassieker Insane in the Brain van Cypress Hill. Te bizar voor woorden, maar uiterst effectief. Verder krijg je precies wat je van Everlast kan verwachten, hiphop, blues, country, rock en ballads in diverse combinaties en doseringen. De ziel van de traditionele Amerikaanse muziek op een integere manier gevangen door een hiphopartiest.