Archive for maart, 2008

Interview met Job Tarenskeen

maart 31, 2008

 

We treffen Job Tarenskeen en zijn vriendin thuis aan zijn eettafel. Job is één van de oprichters van de band Alquin. In de jaren ’70 waren zij één van de boegbeelden van de Nederlandse rockscène en stonden zij zelfs op het punt om wereldwijd door te breken. Maar een veranderend muziekklimaat en onderlinge geschillen over de te varen koers zorgden ervoor dat zij het bijltje er destijds bij neer gooiden. Dat is echter al ruim 30 jaar geleden en de band is al weer enkele jaren bezig aan haar tweede jeugd. Tijdens een ontspannen gesprek vertelt Job honderduit over waarom het optreden tegenwoordig veel leuker is en waarom de band staat te trappelen om weer de studio in te duiken voor albumopnames.

“Het was destijds vooral mijn idee dat er geen reünie van Alquin zou komen” aldus Job. “Ik heb teveel reünies gezien van oude popgroepen die ontzettend tegenvielen. Of zij wentelden zichzelf in een soort van zelfgenoegzaamheid waarin zij alleen maar bezig waren met zichzelf geweldig vinden, óf ze speelden ontzettend slecht, óf driekwart van de oorspronkelijke band was inmiddels overleden. Dus ik had een beetje het idee: dat hoeft niet met Alquin. We hebben tussendoor nog wel wat dingen gedaan, maar dat was steeds eenmalig. Meer hoefde niet van mij.” Ondanks dat de band stopte zijn de bandleden altijd vrienden gebleven. En als Job, die het zelf nog altijd niet ziet zitten, voorzichtig de mogelijkheid van een reünie bij de anderen laat vallen reageren zij enthousiast en laat hij zich meeslepen. Na de eerste gezamenlijke repetitie is hij om. Glunderend vertelt hij: “Het was zo heerlijk. En er bleek nog zo veel inspiratie in de groep te zitten, dit moet ik doen”.

En van het één kwam al snel het ander: het geplande eenmalige optreden werd een korte tour. Er kwam een DVD uit en de chemie tussen de bandleden leidt al snel tot inspiratie voor een heel nieuw album: Blue Planet uit 2005. Het aflopen jaar besloot Alquin om nogmaals op tour te gaan, ditmaal langs de Nederlandse theaters. En dat valt af en toe best tegen: “Ik heb gewoon een baan en moet om 6 uur op en dan tot 5 uur ’s middags werken. Dan valt je trein uit en kom je om half 8 aan in het theater. En daar is het: tien over 8 gaat de bel en kwart over moet je op het podium staan. Dus dan heb je je rot gerend en moet je zonder dat je er klaar voor bent achter je drums gaan zitten. Zonder een hap gegeten te hebben.” Maar Job is zo vol van al het mooie van het muzikantenbestaan dat hij in één adem doorvertelt over de betere kanten: “Het is nu zelfs nog leuker dan in 2003. De band is veel meer op elkaar ingespeeld en de wil om te spelen is er meer dan ooit. Of we nou in een kleine kroeg staan die met 200 man helemaal uitpuilt of in een grote zaal, het maakt ons niet uit, we gaan er altijd even hard voor. Bovendien gaat het nu allemaal veel bewuster, we zagen laatst televisie-interviews terug van 30 jaar geleden en we hoorden nu pas hoe de anderen destijds over alles dachten. Daar hadden we toen geen idee van. We gingen toen als in een roes die tijd, 1972 tot 1976, door. Het was een ongelooflijk wilde tijd en wij waren nette jongens die studeerden en keurig opgevoed waren. Het woord vreemdgaan kenden we niet eens, laat staan dat we met groupies wat zouden doen.” Na een lach en een blik naar zijn vriendin gaat hij verder: “Maar opeens sta je op Pinkpop. Opeens ben je op tour met The Who. En dan opeens zit je in weer in het vliegtuig naar Engeland. We vonden het allemaal geweldig leuk, maar ik kan niet zeggen dat we er heel bewust mee bezig waren. Nu we ouder zijn en het allemaal wat rustiger gaat is het veel leuker. Ik heb ook geleerd om er van te genieten, dat was destijds niet zo.”

Tijdens de repetities voor de laatste tour ontstaat er weer een nieuwe nummer: the Kiterunner, wat ook tijdens de tour gespeeld wordt. “Ik vertelde waar de tekst over ging en toen we gingen spelen pikte de band het nummer gelijk op. Het nummer is een beetje geïnspireerd op het gelijknamige boek van Khaled Hosseini, maar het is veel meer geworden. Ik ben een Indische jongen en heb dus veel gevliegerd toen ik klein was. Je hebt dan een touwtje, een vlieger, de zon en de hemel. Hoe plat het ook lijkt, dat nummer van André Hazes, ik heb hier een brief voor mijn moeder, heeft me altijd geboeid.” Met twinkelende pretoogjes vertelt hij verder: “Dat was ik als klein jongentje. Dan had ik dat touwtje en begon ik te rennen en opeens pakte de wind hem en was je aan het vliegeren. Magisch vond ik het. Dat komt terug in the Kiterunner. Maar het nummer gaat eigenlijk over twee verhalen. Eentje gaat er over de kindsoldaten. Ik vind dat wij de wereld moeten verbeteren en moeten zorgen dat dat niet gebeurd. Dus je moet vertellen hoe dat zit. Het andere deel van het verhaal gaat over de groeven in de handen van oude mensen, vooral die gouden lijn in je hand: de levenslijn. Die lijn wordt via die vlieger met de hemel verbonden. Met zo’n verhaal ga ik dan naar de band.” Lachend: “In eerste instantie denken ze dan dat ik wat gebruikt heb. Maar ze geloven het wel en vandaar uit gaan we spelen, vaak vanuit muziek die Ferdinand [Bakker] al geschreven heeft en dan ontstaat er een nummer.” Op deze manier wil Alquin meer nummers gaan schrijven voor een nieuw album. Het vorige album, Blue Planet, was een echt studioalbum. Job vertelt: “En dat moest op een gegeven moment af, want het geld was op en sommige bandleden hadden het heel druk. Dus is er veel door Ferdinand in de studio gepolijst. Nu willen we het album samen met heel de band gaan maken, zonder rem. Daar verheug ik me enorm op. We hebben al veel ideeën die we als mp3tjes naar elkaar rondmailen. Maar ik vind het vooral erg leuk om met mijn eigen ogen te zien hoe de rest van de jongens op ideeën reageert. Tijdens de laatste tour hebben we ook strijkers meegenomen, het lijkt me leuk om dat ook te doen op de nieuwe cd. Maar misschien doen we dat ook wel helemaal niet en houden we het juist erg basic. Wat we willen gaan doen is lijkt er een beetje op,  maar is toch niet echt een conceptalbum: als je één van de nummers los luistert moet je wel denken wat een leuk nummer, maar het moet toch wel allemaal bij elkaar horen. We hebben nu allemaal één soort gevoel overgehouden na al die jaren en dat willen we uitdragen in het album als geheel. Dat is het mooie als je op onze leeftijd nog rock ’n roll maakt: dat je een enorme berg ervaring meebrengt en natuurlijk de vele verhalen over oude liefdes en dromen die wel of niet zijn uitgekomen bij je draagt, maar dat je nog niet gehinderd wordt om fysiek iets heftigs te werk te stellen.”

Om de opnames van de nieuwe cd mogelijk te maken zoekt Alquin sponsors. Bij een bijdrage van € 25,- of meer ontvang je automatisch het gesigneerde nieuwe album en een vermelding in het cd-boekje. Ga voor meer informatie naar: http://www.alquin.org/.

Live verslag van de Matthäuspassion te Naarden

maart 12, 2008

 

Al vanaf 1922 wordt jaarlijks de Matthäuspassion in zijn geheel uitgevoerd in de Grote Kerk te Naarden. In de loop der tijd is dit evenement uitgegroeid tot een wereldwijd fenomeen en is het een vast punt in de agenda van vele mensen, waaronder diverse regeringsleiders.

De uitvoering van 14 maart onder leiding van dirigent Jos van Veldhoven zal live te volgen zijn op de schermen bij DOK muziek en film. De uitzending zal beginnen om 18.00 uur, de uitvoering begint om 19.00 uur.

Liedjes over loners, losers en andere randverschijnselen van het leven

maart 12, 2008

Op 15 maart as. presenteert Dok muziek & film weer een zaterdagmiddagoptreden op het podium van het leescafé in Dok centrum. Ditmaal zal het optreden verzorgt worden door het duo A Fistful of Sharks. Dit duo bestaat uit Léon Brok en Martin Vermeer. Doorgaans maken zij deel uit van de Delftse Americanaformatie the Red Sea Sharks, maar omdat deze band tot 19 april in winterslaap is en het bloed kruipt waar het niet gaan kan zullen zij de muziek van deze band op alternatieve manier komen vertolken onder de noemer A Fistful of Sharks.

The Red Sea Sharks zijn al sinds 1990 actief in de wereld van countryrock, alt.country en Americana en laten zich hierbij inspireren door de weemoed van het Amerikaanse plattelandsleven en muzikanten als Gram Parsons, Neil Young en the Allman Brothers Band. In de ruim 15 jaar dat ze actief zijn bracht de band drie albums op CD en een EP op traditioneel vinyl uit. Het duo heeft dus meer dan genoeg songmateriaal om uit te putten. Maar behalve repertoire van the Red Sea Sharks zullen ook covers de revue passeren. Tijdens het optreden zal door Léon en Martin gebruik gemaakt worden van akoestische gitaren, contrabas, mandoline, bouzouki of mondharmonica en in ieder geval altijd twee stemmen.

Bereid je dus voor op liedjes over loners, losers en andere randverschijnselen van het leven. Countryblues, alt. country of Americana: what’s in a name. Let the music do the talking. A Fistful of Sharks, zaterdag 15 maart, vanaf 15.00 uur in het leescafé van Dok Centrum!

Dok muziek & film is altijd op zoek naar getalenteerde muzikanten die ook een zaterdagmiddagoptreden willen verzorgen in het leescafé van Dok centrum. Kom langs of neem contact op via muziekenfilm@dok.info .

Hooverphonic in het Paard van Troje

maart 4, 2008

Het is een mooi plaatje. Het vier man en één vrouw sterke Hooverphonic wat bezit neemt van het podium dat volstaat met sci-fi aandoende staanders met daarop bewegende spiegels, waarbij de rookmachine het plaatje afmaakt. Eigenlijk is het dan al duidelijk dat het Paard vanavond van de band is. Het is de laatste show van de huidige tour en de band heeft er duidelijk lol in en schroomt niet dat met het publiek te delen, zij het met een tikkeltje charmante Vlaamse bescheidenheid. Muzikaal is er ook niets mis, zeker met de lome triphop-aandoende nummers, kan de band zich meten met giganten als Portishead. Maar als de band wat meer uptempo speelt dan blijkt toch dat het geheel erg leunt op de sterke stem van zangeres Geike en muzikaal misschien toch een klein stapje te kort komt. Maar een kniesoor die daar een probleem mee heeft, het Paard is vanavond inderdaad in bezit van de Belgen.